Een recht gebit fungeert als de basis voor een duurzaam en gezond gebit.
Betere Mondhygiëne: Scheve of over elkaar staande tanden creëren "geheime" plekjes waar voedselresten en tandplak zich ophopen. Wanneer tanden recht staan, kunnen de tandenborstel en flosdraad overal goed bij, wat de kans op cariës (gaatjes) en tandvleesontstekingen drastisch verlaagt.
Gezonder Tandvlees: Bij een verkeerde stand sluit het tandvlees vaak niet goed aan rond de tanden. Een goede uitlijning zorgt ervoor dat het tandvlees strak en gezond blijft, wat de kans op parodontitis (ernstige tandvleesontsteking met botverlies) verkleint.
Minder Slijtage: Een verkeerde beet (bijv. een diepe beet of kruisbeet) zorgt ervoor dat tanden op de verkeerde manier tegen elkaar aan komen. Dit leidt tot abnormale slijtage van het glazuur, waardoor tanden korter worden of zelfs kunnen breken.
Minder Risico op Trauma: Tanden die ver naar voren staan (vooral bij de bovenkaak), lopen bij een val of sportongeval veel meer risico om beschadigd te raken.
De mond is de toegangspoort tot de rest van het lichaam. Problemen in de mond kunnen doorsijpelen naar andere systemen.
Verbeterde Spijsvertering: De vertering begint in de mond. Een goed op elkaar passend gebit (een goede 'occlusie') zorgt ervoor dat je voedsel efficiënter kunt kauwen. Goed gekauwd voedsel wordt makkelijker afgebroken in de maag en darmen, wat leidt tot een betere opname van voedingsstoffen.
Vermindering van Kaak- en Hoofdpijn: Een verkeerde beet zet extra druk op de kaakgewrichten (TMJ). Dit kan leiden tot chronische pijn in de kaak, nekklachten en spanningshoofdpijn. Orthodontie brengt de kaak in een natuurlijke, ontspannen positie.
Systeemziekten: Er is een bewezen verband tussen ernstige tandvleesontstekingen en algemene aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, diabetes en zelfs vroeggeboorten. Omdat een recht gebit makkelijker schoon te houden is, verlaagt het indirect het risico op deze ontstekingsgerelateerde ziektes.
Spraak en Ademhaling: Bepaalde tandstanden (zoals een open beet) kunnen lispelen of andere spraakgebreken veroorzaken. Daarnaast kan de stand van de kaken invloed hebben op de luchtwegen, wat een rol speelt bij snurken of slaapapneu.